Biosimilars

Toegankelijkheid en een duurzaam gezondheidszorgsysteem

Gebaseerd op interviews met Steffen Thirstrup & Thomas Dörner

Een vergrijzende bevolking en een gestage stroom van nieuwe en kostbare medische producten zetten de Europese gezondheidszorg onder druk. Biologicals zijn voorbeelden van dergelijke kostbare medicijnen en ze vormen een grote kostenpost voor de gezondheidszorg in heel Europa.

Met beperkte zorgbudgetten en meerdere patiëntengroepen om voor te zorgen, hebben Europese overheden een natuurlijk belang bij kostenbeheersing.

Naarmate meer biologicals hun patent verliezen, zijn biosimilars klaar om te concurreren. De resulterende concurrentie biedt goede mogelijkheden voor kostenbeheersing en dus een duurzamer gezondheidszorg in heel Europa.

De beschikbaarheid van meer kosteneffectieve geneesmiddelen, zoals biosimilars, creëert tevens de mogelijkheid dat meer mensen een betere behandeling krijgen. Momenteel zijn de behandelmogelijkheden in Europa ongelijk. De verwachting is dat dankzij de komst van de biosimilars dit beeld zal veranderen (en in zekere mate al hebben veranderd) in toenemende gelijkheid.

De meest opvallende veranderingen zijn te zien in Oost-Europa, waar toegang tot biosimilars de mogelijkheid heeft geopend om dit soort geavanceerde behandelingen aan meer patiënten aan te bieden.1

“Toen ik bij CHMP werkte, behandelden mijn collega’s uit de Baltische staten hun patiënten niet met biologische geneesmiddelen, omdat ze te duur waren”, herinnert Steffen Thirstrup zich. “Tegenwoordig is dit wel mogelijk.”

Voorbeeld - biologische middelen voor de behandeling van reumatoïde artritis

Biologische ziektemodificerende anti-reumatische geneesmiddelen (biologische DMARD’s) effectieve en krachtige behandelingen voor patiënten met bijvoorbeeld reumatoïde artritis zijn. Voor patiënten die niet goed genoeg reageren op conventionele DMARD’s, kan het gebruik van biologische DMARD’s het welzijn en de kwaliteit van leven aanzienlijk verbeteren.

Volgens een onderzoek van Sokka en collega’s dat in 2009 is gepubliceerd in Annals of Rheumatic Diseases, hadden patiënten met reumatoïde artritis uit lage inkomenslanden die biologische geneesmiddelen kregen, aanzienlijk mildere symptomen in vergelijking met patiënten in hetzelfde land die geen biologische geneesmiddelen kregen.2

In Bulgarije is het gebruik van een TNF-α-remmer met 200% gestegen na de introductie van biosimilars.1

Niet alleen in Oost-Europa, maar ook in West-Europa, waar het gebruik van biologische geneesmiddelen hoog was, zelfs vóór de introductie van biosimilars, heeft de komst van deze nieuwe geneesmiddelen een verschil gemaakt voor de patiënten. Zo worden in Zweden aanzienlijk meer patiënten behandeld met TNF-α-remmers nadat biosimilars beschikbaar kwamen. Hetzelfde geldt voor Finland, Noorwegen, Denemarken en Duitsland.1

Voor een product als G-CSF hebben vrijwel alle West-Europese landen te maken gehad met een toename van patiënten die dit soort ondersteunende kankerbehandeling kregen. Het gebruik onder Duitse en Noorse patiënten is meer dan verdubbeld sinds de komst van biosimilars.1 De verbeterde toegang voor patiënten met kanker is gerelateerd aan de verhoogde betaalbaarheid van de biosimilar G-CSF. Dit vormt voor artsen een stimulans om nauwkeuriger te voldoen aan de klinische richtlijnen, waaronder een wijdverbreider gebruik van G-CSF als primaire in plaats van als secundaire profylaxe.3

Zodoende heeft de introductie van biosimilars gediend tot een grotere toegankelijkheid van de behandeling voor patiënten, in die zin dat meer patiënten in heel Europa toegang krijgen tot geavanceerde geneesmiddelen. De beschikbaarheid van biosimilars kan ook van invloed zijn op het moment tijdens het ziekteloop dat patiënten een biologische behandeling aangeboden krijgen.

“In Denemarken is er een tendens dat patiënten met reumatoïde artritis in een eerder ziektestadium biologische DMARD’s aangeboden krijgen, voornamelijk omdat het gebruik van biologische DMARD’s niet meer dezelfde economische belasting met zich meebrengt. In dezelfde periode is het behandelparadigma voor reumatoïde artritis veranderd, wat ook een deel van de waargenomen tendens kan verklaren”, stelt Steffen Thirstrup. “Het is zeer waarschijnlijk dat ook buiten Denemarken de beschikbaarheid van biosimilars ertoe kan leiden dat patiënten eerder een biologische behandeling krijgen.”

Innovative medicine and healthcare


Another consequence of biologics running out of patent is related to the natural mechanism of competition breeding innovation. Development of new or better medicinal products may very well be tomorrow’s outcome of today’s biosimilars.


’Evidently, biologics lived a life without ’generic’ competition until the entrance of biosimilars. All things being equal, the prospect of competition within the next ten years must be a driver for seeking to eliminate that competition. For example, by replacing the product with a new or better product,’ Steffen Thirstrup argues. 


This may very well be in future patients’ favour.  


‘In the end, patients will benefit from this. Most likely, due to this competition and resulting innovation, future cancer patients for example, will get a treatment with improved efficacy or less side effects. They will get better medicine,’ Steffen Thirstrup says. 

Voorbeeld - Concurrentie kweekt innovatie

Europa

Gezien het vooruitzicht om de markt te delen met biosimilar-concurrenten heeft Amgen, de initiatiefnemers van G-CSF, gepegyleerde G-CSF, een innovatieve en langwerkende versie van G-CSF, ontwikkeld en geïntroduceerd. Amgen heeft daardoor het hele behandelparadigma en gebruikspatroon veranderd en de meerderheid van de (ook toenemende) Europese markt behouden.4

 
Een ander mechanisme met een vergelijkbaar resultaat is het concept van winstdeling, zoals gebeurt in het Verenigd Koninkrijk, waar bespaard geld wordt uitgegeven aan het verbeteren van de gezondheidszorg.
 
Voorbeeld - Winstdeling bevordert een betere zorg

Verenigd Koninkrijk

In een NHS Foundation Trust van het University Hospital Southampton heeft een specifieke overeenkomst met winstdeling een programma voor de veilige verschuivingen voor patiënten met inflammatoire darmaandoeningen (IBD) gefinancierd. Een deel van de besparingen die behaald zijn door het switchen van IBD-patiënten van een referentieproduct naar de overeenkomstige biosimilar is gebruikt om personeel aan te nemen dat nodig is om het veiligheidsprogramma uit te voeren. Als onderdeel van dit programma vullen de IBD-patiënten vragenlijsten in en worden voorgaand aan en na de medicamenteuze switch medicijn-dalspiegel en neutraliserende antilichamen gemeten.5

Over het algemeen zijn er vele mogelijkheden met betrekking tot de introductie van biosimilars. Het is interessant om deze nieuwe medicamenteuze spelers in de komende jaren te volgen.

Verder lezen

Biosimilars – vanuit gebruikersperspectiefBiosimilars winnen aan populariteit onder gebruikers, hoewel sommige aspecten nog steeds zorgen baren.

De oorsprong van biosimilarsBiosimilars komen in verschillende vormen voor en worden gebruikt voor een reeks ziekten. Door hun toetreding tot de markt hebben meer patiënten in heel Europa toegang gekregen tot dit soort geavanceerde geneesmiddelen.

Meer ontdekken

References

1. Quintiles IMS. The impact of Biosimilar Competition in Europe. May 2017. Hier beschikbaar 

2. Sokka T, Kautiainen H, Pincus T et al. Disparities in rheumatoid arthritis disease activity according to gross domestic product in 25 countries in the QUEST-RA database. Ann Rheum Dis. 2009 Nov;68(11):1666-72. Hier beschikbaar

3. Gascón P, Tesch H, Verpoort K et al. Clinical experience with Zarzio® in Europe: what have we learned? Support Care Cancer. 2013 Oct;21(10):2925-32. Hier beschikbaar 

4. IMS Health. The impact of Biosimilar Competition. June 2016. Hier beschikbaar 

5. National Institute for health and Care Excellence (NICE). Introducing biosimilar versions of infliximab: Inflectra and Remsima. 31 July 2015.