Xeljanz button

 

Registry studies bevestigen effectiviteit en verdraagbaarheid van tofacitinib bij reumatoïde artritis

Ruim 8 jaar geleden werd tofacitinib (Xeljanz®) in Zwitserland goedgekeurd voor de behandeling van reumatoïde artritis (RA).1 Dat gebeurde op basis van data uit dubbelblind placebogecontroleerd klinisch onderzoek.2,3 Tofacitinib bleek effectief en verdraagbaar te zijn bij RA. Dat het effect aanhoudend was, werd vervolgens aangetoond in een open-label long-term extension studie.4 Inmiddels is ook 'real world data' beschikbaar.5,6,7,8,9

Real world data | De echte wereld vs. klinische trials

Dankzij registry studies die real world data genereren ziet u hoe een geneesmiddel zich in de dagelijkse praktijk gedraagt. Real world data gaan verder dan de klinische setting waarin de onderzoekspopulatie bestaat uit streng geselecteerde patiënten. De toegevoegde waarde? Een betere reflectie van de variabiliteit van de patiëntenpopulatie. Daar staat tegenover dat het gebrek aan randomisatie de kans op bias verhoogt.

Tot nu toe zijn er meerdere studies gepubliceerd waarin de effectiviteit en verdraagbaarheid van tofacitinib bij RA in de klinische praktijk werden onderzocht. Vijf daarvan bespreken we op deze pagina:
 

Real world data

Caporali (2019)5
Real-world experience with tofacitinib for the treatment of rheumatoid arthritis.

Download de publicatie

De eerste publicatie is een review. Caporali et al.5 deden een literatuuronderzoek naar de effectiviteit en verdraagbaarheid van tofacitinib bij de behandeling van RA. Het resultaat? Een overzicht van de beschikbare real world data vanaf 2016 tot aan maart 2018.

De onderzoekers vergeleken de resultaten van 25 post-approval studies en rapporteerden in hoeverre deze consistent waren. Uiteindelijk waren ze geïnteresseerd in treatment persistence en adherence van tofacitinib bij RA-patiënten.

Mueller et al. (2019)
Effectiveness, tolerability, and safety of tofacitinib in rheumatoid arthritis: a retrospective analysis of real world data from the st. gallen and aarau cohorts.
Download de publicatie

De tweede publicatie kwam voort uit een prospectieve cohortstudie waarin volwassen RA-patiënten in de Zwitserse praktijk 3 jaar werden gevolgd. Daarvoor maakten de onderzoekers gebruik van een nationaal register voor RA: het Swiss Clinical Quality Management (SCQM) register. Mueller et al.6 onderzochten gegevens van RA-patiënten die tussen januari 2015 en april 2017 een reumatoloog bezochten in een van de ziekenhuizen van St. Gallen en Aarau.

In deze longitudinale retrospectieve analyse werden patiënten opgevolgd vanaf het begin van hun behandeling met tofacitinib (2 dd 5 mg) totdat ze ermee stopten of tot en met het laatste bezoek aan de reumatoloog binnen de onderzoeksperiode.

De primaire eindpunten waren de incidentie van bijwerkingen, veranderingen in labwaarden en de redenen om de behandeling stop te zetten.

Finckh et al. (2020)7     
Comparative effectiveness of antitumour necrosis factor agents, biologics with an alternative mode of action and tofacitinib in an observational cohort of patients with rheumatoid arthritis in Switzerland.
Download de publicatie

Ook de derde publicatie is het gevolg van een studie op basis van het Zwitserse register.7

In deze cohortstudie werd ook de drug maintenance en klinische effectiviteit van tofacitinib in de dagelijkse praktijk ëvalueerd. De primaire uitkomstmaat van deze studie was de overall drug maintenance (andere termen: drug surival of drug retention rate). Deze uitkomstmaat laat zien hoelang patiënten een bepaald geneesmiddel blijven gebruiken.

Bird et al. (2020)8     
Real world evaluation of effectiveness, persistence, and usage patterns of monotherapy and combination therapy tofacitinib in treatment of rheumatoid arthritis in Australia.
Download de publicatie

De vierde publicatie is het resultaat van een post-hoc analyse van een niet-interventionele retrospectieve studie. Daarvoor maakten de onderzoekers gebruik van een register uit Australië (Australian OPAL dataset). Ze verzamelden gegevens vanaf maart 2015 tot september 2018.

Met deze studie wilden Bird et al.8 achterhalen hoelang RA-patiënten ingesteld bleven op tofacitinib, als monotherapie of in combinatie met conventional DMARDs (cDMARDs), en hoe effectief deze behandelingen waren. Ofwel: ze onderzochten de treatment persistence en klinische effectiviteit van tofacitinib met of zonder cDMARDS in de klinische praktijk in Australië.

Kremer et al. (2021)9
Postapproval comparative safety study of tofacitinib and biological disease-modifying antirheumatic drugs: 5-year results from a United States–based rheumatoid arthritis registry.
Download de publicatie

We gaan van Australië naar de Verenigde Staten (VS). In de vijfde publicatie ligt de nadruk op de real world verdraagbaarheid van tofacitinib bij de behandeling van RA.

Kremer et al.9 voerden een prospectieve observationele studie uit met gegevens uit het zogeheten United States CorEvitas (voorheen: Corrona) RA registry. Dit is een post-approval studie en laat dus zien hoe tofacitinib zich na goedkeuring gedraagt in de klinische praktijk van de VS.

Zoals gezegd, de studie is gericht op de verdraagbaarheid van tofacitinib. De onderzoekers volgden RA-patiënten vanaf het moment dat ze tofacitinib voorgeschreven kregen. Ze bekeken het aantal bijwerkingen (incidentieratio) dat gerapporteerd werd. Dat deden ze 5 jaar lang. En daarmee genereerden ze dus langetermijndata over de verdraagbaarheid van tofacitinib bij de behandeling van RA.


De echte wereld vs. klinische trials

In het algemeen lijkt het erop dat de real world data uit deze studies de aanhoudende effectiviteit en verdraagbaarheid van tofacitinib bij de behandeling van RA, zoals bewezen tijdens klinische trials2,3, bevestigen.

Zoals u in de introductie kon lezen ligt de kracht van registry studies in de diversiteit van de geïncludeerde RA-patiënten. De studies zijn gebaseerd op real world data. Daardoor reflecteert het de variabiliteit van de patiëntenpopulatie beter dan een klinische studie. Bovendien is looptijd van een registry studie langer. Kremer et al. volgden de patiënten bijvoorbeeld 5 jaar lang.

De studies zijn gebaseerd op real world data. Daardoor reflecteert het de variabiliteit van de patiëntenpopulatie beter dan een klinische studie. 

Maar dit soort onderzoek heeft ook minpunten. Ten eerste is er geen sprake van randomisatie waardoor risico op bias ontstaat. Ten tweede is het onderzoek niet gestandaardiseerd. Er is bijvoorbeeld geen vast protocol waardoor de intervallen tussen consulten per patiënt kunnen variëren.

Dus in het meest ideale geval vullen gerandomiseerde klinische studies en registry studies elkaar aan.

Referenties:

  1. Swissmedic Journal 2013;07-08;586.
  2. Van Vollenhoven R et al. N Engl J Med 2012;367:508. doi: 10.1056/nejmoa1112072
  3. Fleischmann R et al. N Engl J Med 2012;367:495. doi: 10.1056/nejmoa1109071
  4. Wollenhaupt J et al. Arthritis Research & Therapy 2019;21:89. doi: 10.1186/s13075-019-1866-2
  5. Carporali P et al. Clin Exp Rheumatol 2019;37:485. https://www.clinexprheumatol.org/abstract.asp?a=12905
  6. Mueller RB et al. J. Clin. Med. 2019;8:1548. doi: 10.3390/jcm8101548
  7. Finckh A et al. RMD Open 2020;6:e001174. doi: 10.1136/rmdopen-2020-001174
  8. Bird P et al. Clin Rheumatol 2020;39:2545. doi: 10.1007/s10067-020-05021-7
  9. Kremer M et al. ACR Open Rheumatol 2021;3:173. doi: 10.1002/acr2.11232
PP-XEL-NLD-1536