Waarom één op de drie patiënten hun geneesmiddelen niet nemen

Als je geneesmiddelen krijgt voorgeschreven, is het de bedoeling dat je ze gebruikt. Klinkt logisch, maar toch heeft één op de drie mensen daar moeite mee. Jacqueline Hugtenburg doet onderzoek naar therapie(on)trouw, in de hoop oplossingen te vinden. Ze is universitair hoofddocent van het Amsterdam UMC en apotheker in Amstelveen.

De cijfers liegen er niet om. ’’Eén op drie mensen geeft aan dat ze minder dan 95 procent gebruiken van wat ze krijgen voorgeschreven,’’ vertelt Jacqueline Hugtenburg.

Dit patroon komt bij alle aandoeningen voor en ook bij alle soorten medicatie voor van pillen tot injecties. ‘’Bij kanker zou je denken ‘als je niet therapietrouw bent, ga je dood’. Toch zie je ook daarbij dat mensen stoppen of minderen met medicatie.’’

Met collega’s doet Jacqueline Hugtenburg al jarenlang onderzoek naar redenen waarom mensen hun geneesmiddelen niet innemen én naar manieren om te zorgen dat ze dit wel doen.
 

De gedreven zorgprofessional en haar collega’s startten vijftien jaar geleden met onderzoek naar therapietrouw. Dat deden ze op het moment dat veel medicijnen die je vroeger in het ziekenhuis kreeg via een infuus - zoals kankermiddelen - in pil- of tabletvorm beschikbaar kwamen.

’’Als jij een afspraak voor een infuus in het ziekenhuis mist, word je gebeld en kom je alsnog.’’ Maar op mensen die zichzelf bijvoorbeeld thuis moeten injecteren met een medicijn heb je volgens haar ‘minder zicht en grip’.

Veel nieuwe behandelmogelijkheden

Een tweede reden voor het starten van het therapietrouwonderzoek was dat rond dezelfde tijd veel medicijnen voor kanker op de markt kwamen voor aandoeningen die totdantoe ongeneeslijk of onbehandelbaar waren, zoals kleincellige longkanker, uitgezaaide borstkanker, chronische myeloïde leukemie (CML) en nierkanker.

’’Er kwamen nieuwe behandelmogelijkheden bij en daarvan is het altijd belangrijk om het gebruik ervan in de dagelijkse praktijk te onderzoeken.’’

 

‘Het innemen van geneesmiddelen kan behoorlijk puzzelen zijn voor mensen’

Maar ook kunnen de gebruiksvoorschriften leiden tot therapieontrouw. ’’Als je medicijnen hebt die je tijdens het ontbijt moet innemen, onthoud je dat wel. Maar zodra er meerdere slikmomenten bij komen omdat je andere geneesmiddelen gebruikt. Of wanneer je medicijnen krijgt die je twee keer per dag op een lege maag moet innemen, wordt het ingewikkelder.’’

Dit is vaak een probleem voor mensen met een ‘chronische’ kankersoort. ’’Mensen kunnen langdurig blijven werken en er een druk sociaal leven op nahouden. Dan kan het behoorlijk puzzelen zijn met je geneesmiddelgebruik.’’


 

Er zijn echter net zoveel reden voor therapieontrouw te bedenken als dat er oplossingen zijn, weet de universitair hoofddocent, die zelf bij meerdere studies over oplossingen betrokken is.

Zo lopen er diverse studies naar de inzet van e-health. ’’We doen onderzoek naar een elektronisch medicijndoosje voor mensen met CML dat het innemen van medicatie registreert. Op die manier kun je over een langere periode bijhouden hoe iemands medicijngebruik is.’’
 

Verband met bijwerkingen

Ook doet het VUmc met het Integraal Kankerinstituut Nederland (IKNL) onderzoek naar bijwerkingen en therapietrouw en hoe e-health daarbij helpt. ’’Als mensen bijwerkingen kunnen opzoeken en begrijpen dat ze erbij horen, zullen ze minder snel geneigd zijn om te stoppen.’’

Volgens Jacqueline Hugtenburg is het ‘mooie aan al die onderzoeken’ dat je de kennis van de ene studie, kunt meenemen naar het volgende. ’’En als het even kan ook in de praktijk implementeren.’’

'Geen mens is gek op het innemen van geneesmiddelen'

Ze is blij dat ze zelf nog altijd werkt als apotheker. ’’Nu doe ik bijvoorbeeld ook onderzoek naar veelvoudig geneesmiddelgebruik bij ouderen. Het is dan heel handig om tijdens mijn werk in de apotheek mensen te vragen waar zij tegenaan lopen.’’

Toch maakt ook zij soms mee dat je tegen sommige patiënten kunt blijven praten als Brugman. ’’Geen mens is gek op het innemen van geneesmiddelen. Maar je hebt ook hele achterdochtige mensen, die hun eigen gebruiksschema bedenken. Daar doe je soms niets aan,’’ vervolgt ze. ’’Je kunt mensen niet dwingen. Uiteindelijk beslist de patiënt zelf wat hij doet.’

PP-ONC-NLD-0373